Ik ook van mij

Ik stap uit. Ik doe m’n kraag omhoog en stop mijn handen in mijn zakken. De kou doet me goed; doet me beseffen dat ik thuis ben. Er valt een stilte over me heen. Een stilte die ik nog niet eerder heb ervaren sinds ik terug ben. Ik moest in de afgelopen dagen juist wennen aan de drukte in de randstad. De vele auto’s, de drukte in het openbaar vervoer en alle geluiden van de straat. Ik slenter het kerkhof op. Het is prettig om hier helemaal alleen te zijn. Ik kijk achterom en zie de molen van Monster; vertrouwd als altijd. Ik glimlach. Het is fijn om overal mijn thuis te herkennen. Ik wandel verder over het grote pad naar achteren, dan sla ik linksaf. Mijn enkel doet pijn. Het laatste stuk strompel ik meer dan dat ik loop. Ik stop. Daar is ze.

Dag, lieverd, ik ben thuis’, zeg ik met tranen in m’n ogen. ‘Maar dat wist je vast allang en ik durf te wedden dat je me net hebt uitgelachen toen ik per ongeluk aan de linkerkant van de weg reed.’ Ik lach door m’n tranen heen. ‘Het is langer dan een jaar geleden dat ik hier was. Weet je dat nog?’  Ik staar naar de viooltjes op het graf. 

De afgelopen dagen spelen steeds dezelfde woorden door m’n hoofd. Ook nu laten ze me niet met rust. Net voordat ik op reis ging, zei een collega tegen me: ‘Ik hoop dat je vindt wat je zoekt.’ En ik zei toen in alle eerlijkheid: ‘Ik ga niet op reis om iets te zoeken, maar het zou mooi zijn als ik iets vind.’

En in het afgelopen jaar heb ik  gevonden wat ik niet zocht, maar wat ik wel nodig had; de rust in en met mijzelf. Ik ben voor het eerst in mijn leven niet meer bang om alleen te zijn. Ik ben niet meer bang voor m’n eigen gezelschap. Ik ben niet langer meer wanhopig op zoek naar iets te doen, iets om me af te leiden of iets om te bekritiseren. 

Ik hoef mezelf niets meer te bewijzen. Ik maak me niet meer druk om wat andere mensen van me vinden of over me denken. Wat er ook gebeurt en waar ik ook ben; ik weet dat ik alles aankan en dat ik op mezelf kan vertrouwen. Als er moeilijkheden op mijn pad komen, dan kijk ik voortaan naar het licht in mezelf. En dat is een enorm fijn gevoel. 

Het is jammer dat het over is tussen Alex en mij, want ik had dit fijne gevoel graag met hem willen delen. Die gedachte maakt me verdrietig.

Ik weet niet wat de toekomst mij gaat brengen. Ik heb nog steeds geen plan. Maar ik kijk wel vol vertrouwen vooruit, want binnenin jezelf is waar het eindigt en begint.

Ik betrap mezelf erop dat ik nog steeds naar de viooltjes sta te staren. Mijn muts is gezakt. Ik doe hem goed en voel hoe mijn handen veranderd zijn in ijsklompjes. Ik moet echt nog acclimatiseren. Het wordt tijd om de warmte op te gaan zoeken. 

‘Patries, lieverd, ik wil je bedanken voor de schop onder m’n kont. Zonder jou had ik mijn droom misschien wel nooit waargemaakt. Ik hou van je. En ik ben trots dat ik nu eindelijk kan zeggen: en óók van mij.’ 

Advertenties

7 Comments

  1. Jeetje Tan, dat is ineens onverwacht weer terug! Welkom thuis, ik hoop dat jeje draai weer een beetje snel kan vinden. Wii hebben in ieder geval genoten van je verhalen steeds.
    Wie weet tot gauw weer een keer!

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: