Is dit het einde van mijn wereldreis?

Het mag dan wel niet, toch rijd ik lekker eigenwijs met m’n huurauto op de onverharde weg. Als ik braaf op de geasfalteerde wegen blijf, gaat al het moois aan me voorbij. Ik parkeer en stap uit. Ik trek nog even m’n rode vest aan, want het mag dan wel een mooie dag gaan worden; er staat nu nog een fris briesje. Ik loop een minuut of twintig door de weilanden naar het punt waar het land ophoudt en de zee begint. Een groepje toeristen passeert me. We knikken elkaar gedag. En dan ben ik helemaal alleen op het zuidelijkste puntje van het vaste land van Nieuw-Zeeland; Slope Point.

Slope Point (rode pijl)

Het uitzicht beneemt me de adem. Ik durf niet te dicht bij de rand te komen, want ik krijg spontaan last van hoogtevrees en moet er niet aan denken om hier naar beneden te vallen. De kliffen zijn indrukwekkend. Wat is Nieuw-Zeeland toch een prachtig land. 

Slope Point

Ik neem nog een kijkje bij het toeristische bordje op het puntje en loop dan weer in de richting van de parkeerplaats. Verderop zie ik twee kleine stipjes. Ik neem een klein afstapje, maar mijn voet komt verkeerd neer en ineens lig ik op de grond. Een oerkreet komt uit mijn keel. Zelfs ik heb dat geluid nog nooit eerder gehoord en het maakt me bang. Mijn rechterenkel brandt van de pijn. De stipjes zijn nog ver weg en ik wil ze om hulp roepen, maar ik kan niet anders dan schreeuwend huilen. Ik hap naar lucht. Dit moment lijkt uren te duren. Door mijn tranen heen zie ik de stipjes sneller dichterbij komen. Ze moeten me hebben gehoord. 

Het is een stel uit Engeland. Ze proberen me gerust te stellen, bellen het noodnummer en wachten meer dan twee uur met mij op een ambulance. We doen m’n schoen uit en zien dat mijn enkel enorm is opgezwollen. Ik probeer mijn voet eenmaal te bewegen, voel gekraak en weet het zeker; dit wordt een ticket naar huis.

Het afstapje dat alles veranderde

Ik probeer positief te blijven en stel mezelf gerust met het feit dat ik een goede reisverzekering heb. Maar mijn huurauto baart me zorgen. Die mag hier helemaal niet staan op een onverharde weg. En ik kan niet zonder de spullen in m’n auto; het is alles wat ik bezit!

De ambulance kan niet verder komen dan de parkeerplaats. En de dames van de ambulance kunnen me niet dat hele stuk sjouwen op een brancard. Het kostte mij immers al twintig minuten om hierheen te lopen. Maar dan komt mijn superheld tussen de schapen van een berg afgecrost: een boer met zijn hond op een quad. De dame van de ambulance pakt mijn been tijdelijk in met karton en een strak verband. Dan word ik op de quad getild. De boer brengt me naar de ambulance. Ik prijs me gelukkig. Ik heb altijd al met een boer op een quad door een weiland willen crossen. Het is niet helemaal zoals ik me dat had voorgesteld, maar op dit moment is dit het mooiste wat er bestaat.

Mijn superheld, de boer

Ik word in de ambulance geïnstalleerd en ik spreek ondertussen m’n zorgen uit over de huurauto die hier niet mag zijn. De ambulancezuster ziet de paniek in m’n ogen en besluit de auto achter de ambulance aan naar het ziekenhuis te rijden. Ik kan haar wel zoenen!

De rit duurt dik een uur, maar in het ziekenhuis gaat alles heel snel. Er worden röntgenfoto’s van m’n voet gemaakt en dan krijg ik het nieuws dat ik al vermoedde. Mijn enkel is gebroken en hij moet minimaal 6 weken in het gips. Ik slik. Dat was het dan. Ik moet naar huis. 

Een medewerker legt me uit dat alle kosten die zijn gemaakt, worden betaald door de Nieuw-Zeelandse overheid, terwijl hij me in een rolstoel naar de accommodatie van het ziekenhuis duwt. Ik mag er zolang blijven als ik nodig heb om alles te regelen. Hij vraagt of ik nog vragen heb en laat me daarna alleen achter in het gebouw. Mijn spullen liggen echter nog in mijn auto en het kost me veel moeite om die op krukken op te halen. Ik moet accepteren dat simpele zaken nu veel meer tijd in beslag gaan nemen.

Het is 2.00 uur ’s nachts (in Nederland 14.00 uur ’s middags) en ik heb de zoveelste telefoniste van mijn reisverzekering aan de lijn. ‘Dus als ik het goed begrijp, heb ik geen annuleringsverzekering, want die was alleen geldig tot 45 dagen na mijn vertrek uit Nederland?’ ‘Dat klopt, mevrouw Van Vlaanderen.’ ‘Dus ik kan fluiten naar het geld van mijn volgende twee vliegtickets, ik krijg geen geld terug voor een huurauto die ik nog voor drie weken betaald heb, maar die ik niet kan rijden en ik mag de sleepkosten van de auto betalen, omdat ik de auto niet zelf meer in kan leveren?’ ‘Ja, dat staat in de voorwaarden.’ ‘En ik moet m’n eigen vliegticket naar Nederland betalen?’ ‘Dat is juist mevrouw, uw verzekering betaalt alleen de kosten voor het speciale vervoer, zoals vliegen in business class, maar u betaalt wel de kosten van het basisticket.’ ‘Waarom heb ik dan in hemelsnaam een verzekering?’ roep ik uit. De dame verliest haar geduld en zegt op een verveelde, onvriendelijke toon: ‘Dat staat allemaal gewoon in de voorwaarden, mevrouw, die kunt u zelf nalezen op de site of in de mail die u heeft gehad bij het afsluiten van de polis.’ Ik kan niet meer. Ik heb het gevoel dat ik aan het doordraaien ben. ‘Ja, mevrouw, die voorwaarden kan ik zo opzoeken, maar het is hier verdorie twee uur ’s nachts, ik heb vandaag mijn enkel gebroken, ik ben hier helemaal alleen, ik ben doodop en ik bel u, omdat ik geen tijd en energie heb om een boekwerk met voorwaarden door te gaan zitten lezen.’ De dame probeert door me heen te praten aan de andere kant van de lijn, maar ik heb er genoeg van en zeg: ‘Ik krijg net van u te horen dat mijn verzekering niks vergoed en dat dit geintje me dus een paar duizend euro gaat kosten en daarbij staat u mij ook nog eens zeer onvriendelijk te woord. Ik heb er genoeg van. Daaaaag.’  Ik druk de heks weg. 

Verdrietig bel ik Alex, die voor zijn werk net is aangekomen in Zuid-Korea. Hij stelt me gerust en zegt dat ik moet proberen te gaan slapen.

Om 8 uur word ik belabberd wakker. Het liefst wil ik weer in slaap vallen om nergens meer aan te hoeven denken. Op de gang hoor ik geluiden. Ik moet het ziekenhuis laten weten dat ik hier nog wel een paar nachtjes nodig heb en ga op zoek naar personeel. Ik hink naar de gang. Er staat een deur open. Iemand zit in een kantoortje met zijn rug naar me toegedraaid. Hij draait zich om als hij het geluid van m’n krukken hoort. Hij stelt zich voor als Richard. ‘Can I help you?’ Ik breek. Ik kan niet meer.

Richard is een jaar of zestig, half Maori, half Nederlands. Hij ziet er zeker vijftien jaar jonger uit, heeft mooie, grote ogen en zijn lichaamstaal spreekt rust uit. Hij laat me razen en zegt dan: ‘Wil je koffie?’ We gaan in de keuken zitten. Richard zet koffie en zet Nederlandse speculaas op tafel: ‘Om je op te vrolijken.’

We hebben een fijn gesprek. Ik kom tot rust en luister naar Richards advies. ‘Waarom denk je niet gewoon outside the box?’ Twintig minuten later staat er weer een glimlach op m’n gezicht. ‘Zo te zien zie je het leven weer zitten; zie je wel, het gaat allemaal om de mindset.’

Ik besluit daar aan die keukentafel dat ik deze reis, die zo belangrijk voor me is, niet op deze manier af ga sluiten. Ik laat me niet tegenhouden. Ik ga niet zitten kniezen in Nederland. Ik laat me niet tegenhouden door een gebroken enkel. M’n wereldreis gaat gewoon door. Ik weet nog niet hoe ik het allemaal aan moet pakken, maar ik geloof dat het goed gaat komen.

Een half uur later staat er een vrouw met een stralende lach voor m’n neus in diezelfde keuken en ze zegt in het Nederlands:  ‘Hoi, ik ben Nicola. Ik werk in dit ziekenhuis. Richard belde me net en ik neem je vandaag mee naar huis. Ik moet het m’n man nog even laten weten, maar dat zit wel goed.’

Aan het einde van de dag lig ik in een warm en comfortabel bed bij dit gastvrije stel thuis. Ze hebben heerlijk voor me gekookt, m’n huurauto voor de deur geparkeerd en me gezegd dat ik zo lang mag blijven tot ik een plan heb bedacht. Het voelt alsof ik in een warm bad ben beland. Alles komt wel goed, denk ik. 

Mijn telefoon licht op door een berichtje van Alex uit Korea: Hey babe, ben je nog wakker? Ik heb zoooo een leuke verrassing, ik kan ’t niet voor me houden! 

Ik: Ik ben nog wakker. Whaaaaa, vertel! 

Alex: ‘Zit je of lig je?’

Ik: ‘Ik lig!’

Alex: Ik hoop dat je een grote tent hebt, want ik vlieg morgen naar Nieuw-Zeeland!

Advertenties

9 Comments

  1. Jaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!!!!!! Gelukkig! ik schrok me kapot! Tranen in mijn ogen, maar geëindigd met een glimlach! You go girl! laat je niet stoppen! Jou avontuur gaat door! 🙂 Goed dat Alex komt! Top vent! goede hulp, dit worden mooie tijden want iedereen spreekt je aan, alleen al vanwege je gebroken enkel. 😉 Dus, wie weet wat je juist hierdoor gat beleven! 🙂 xXxXxXx

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: